Het land Spanje

Het Koninkrijk (van) Spanje is een land in het zuidwesten van Europa met 43.428.195 (2005) inwoners. Spanje is een constitutionele monarchie en beslaat een oppervlakte van 505.992 km², bijna 13 keer zoveel als Nederland. Het land beslaat grofweg 80% van het Iberisch schiereiland. Buiten dat horen ook de eilandengroep Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Spaanse exclaves in Noord-Afrika bij het land.

In het noordoosten grenst Spanje aan Frankrijk en Andorra, over de gehele lengte van de Pyreneeën, in het westen aan Portugal en in het zuiden aan de Britse kolonie Gibraltar. De hoofdstad van Spanje is Madrid, een stad met meer dan 3 miljoen inwoners gelegen in het midden van het land.

Spanje is een divers land met zeer uiteenlopende culturen, talen, eetgewoonten en klimaten. Het land varieert van de regenachtige vissersdorpen in Galicië tot het nachtleven van Madrid, de toeristische kusten aan de Middellandse Zee, het flamencodansen en stierenvechten van Andalusië en het moderne Barcelona in Catalonië.

Spanje werd lid van de NAVO in 1981 en is lid van de Europese Unie sinds 1986. De euro werd de Spaanse munteenheid op 1 januari 1999 en verving daarmee de peseta; per 1 januari 2002 werden de euromunten en -bankbiljetten ingevoerd.

Geschiedenis

De naam Spanje (Spaans: España) is afgeleid van de Latijnse naam “Hispania”, dat werd gebruikt voor het hele Iberisch Schiereiland. Taalkundig gezien stamt deze naam echter niet af van het Latijn, en ook met andere Indo-europese talen is geen duidelijk verband aan te wijzen. Er bestaan dan ook verschillende theorieën over de herkomst van het woord “Hispania”. Eén van die theorieën is dat de naam uit het Grieks komt. De Grieken zouden de naam “Hesperia” aan het huidige Italië en Spanje hebben gegeven, omdat beide landen zich ten westen van een bepaalde ster (genaamd “esperos”) bevonden. Het woord Hesperia zou later zijn kunnen verbasterd tot Hispania. Volgens de meest geaccepteerde theorie stamt de naam echter af van de Feniciërs, een volk dat ooit het huidige Spanje bewoonde. Volgens deze theorie is dit te wijten aan het grote aantal konijnen dat zij op het Iberisch Schiereiland aantroffen. De Fenicische taal was nauw verwant aan het Hebreeuws, en zij spraken over Spanje als “I-sphanim” dat letterlijk ‘klipdassen’ betekent. De klipdas was een veelvoorkomend dier in hun land van herkomst, maar toen zij in Spanje het konijn ontdekten, een voor hen onbekend dier, gaven ze het dezelfde naam. Daarom verwezen zij later naar Spanje als “I-sphanim”, en van dat woord zou het Latijnse “Hispania” zijn afgeleid.

Economie

Spanje staat in de westerse wereld niet bepaald bekend als een economische grootmacht, maar eerder als vakantiebestemming. Tot voor kort was het dat ook niet, voornamelijk door de stagnering/achteruitgang van de economie tijdens het isolatieregime van Francisco Franco, waar pas eind jaren 70 een einde aan kwam. Andere landen hadden in die tijd dan ook een enorme economische voorsprong op Spanje, en waren al een stuk verder ontwikkeld. Het land kon pas in de jaren 80 beginnen aan een inhaalrace, en is tegenwoordig één van de belangrijkste economieën van Europa. In 2005 had het een BBP van € 836.672 miljoen en een gemiddeld inkomen van $ 27.542 per inwoner. Volgens de Wereldbank was Spanje in 2004 de achtste economie van de wereld. De levensverwachting van de Spaanse bevolking is één van de drie hoogste ter wereld. De levenskwaliteit is ook benoemenswaardig, en was volgens het Britse “The Economist” hoger dan die van landen als Canada, Frankrijk en de Verenigde Staten.

Toerisme

Ook al is het grootste deel van de toeristen in Spanje zelf Spaans, het is ook het land met het op één na grootste aantal buitenlandse toeristen per jaar, na buurland Frankrijk, en beslaat maar liefst 7% van het wereldwijde internationale toerisme. Dat is meer dan Italië of de Verenigde Staten. Het toerisme kwam vooral op in de jaren '60 en '70. Het aantal buitenlandse toeristen steeg van minder dan 700.000 in 1951 naar 4 miljoen in 1959, 34 miljoen in 1973, 40 miljoen eind jaren '70, begin jaren '80[2] In 2005 werd Spanje bezocht door maar liefst 52,4 miljoen buitenlanders, volgens het Ministerie van Industrie, Toerisme en Handel.

Catalonië (Barcelona, Costa Brava, Costa Dorada, Pyreneeën) is veruit het meest toeristische deel van het land, meer dan 25% van de buitenlandse toeristen bezocht deze regio in 2005, gevolgd door de Balearen (9,4 miljoen buitenlandse toeristen), en de Canarische Eilanden (8,6 miljoen buitenlandse toeristen). Ongeveer tweederde van de buitenlandse toeristen komt uit slechts drie landen; 29% uit het Verenigd Koninkrijk, 18% uit Duitsland en 16% uit Frankrijk (vooral naar Catalonië). Nederlandse en Belgische toeristen omvatten respectievelijk slechts 4% en 3% van het totaal.

Gastronomie

De Spaanse keuken is net zo divers als de Spaanse culturen en klimaten. Typische Spaanse producten zijn de vele wijnen en cava’s, talloze worsten waaronder chorizo, jamón serrano of jamón ibérico (iberische ham), talloze kazen, peulvruchten, rijst, Mediterraanse groenten en veel verschillende zoetigheden. De meest bekende gerechten zijn de Spaanse tortilla, Paella, Gazpacho, stoofpotten (cocidos) en Calamares a la Romana (gefrituurde inktvis). Bekend zijn ook de tapas, die zowel ’s middags als ’s avonds kunnen worden gegeten, en in sommige delen van het land gratis zijn. Het eten van tapa’s is ook in het buitenland (Noord-Europa, Noord-Amerika) zeer populair. Er zijn honderden, zo niet, duizenden soorten tapa’s die erg verschillen per regio. Spanjaarden waarderen vooral de simpelheid, versheid en kwaliteit van het eten, en niet altijd de presentatie of het gebruik van zoveel mogelijk ingrediënten en kruiden in één gerecht. Typisch Spaanse drankjes, die met name in de zomer worden gedronken zijn Sangria, Horchata en Clara (bier gemengd met licht zoete frisdrank 'gaseosa').

Ook al zijn er regionaal erg veel verschillen te onderscheiden, (de Galicische keuken lijkt bijvoorbeeld totaal niet op de Catalaanse of Andalusische keuken), er zijn toch een aantal typische kenmerken van de Spaanse eetcultuur:

Twee keer warm eten per dag (rond 15:00 en rond 22:00), meestal een voorgerecht én een hoofdgerecht

Het drinken van wijn bij de maaltijd (ook ’s middags)

Erg vaak buiten de deur eten (gemiddeld 4 keer per week)

Het koken met verse producten en weinig consumptie van diepvriesproducten, voorbereidde kruidenmixen of kant-en-klaarmaaltijden

Scheutig gebruik van olijfolie voor zowel koude als warme gerechten

Grote consumptie van vis, schelpen en schaaldieren i.v.m. andere landen. Na Japanners zijn Spanjaarden de grootste visconsumenten ter wereld.

Het eten van zoetigheden als ontbijt (vrijwel nooit brood)










Achtergrond info

Provincies van Spanje
De geschiedenis van Spanje
De spaanse taal

Playadulce



In Hotel Playa Dulce kunt u terecht voor veel waterpret! Een heerlijk buitenzwembad, een binnenzwembad en de heerlijke zee voor de deur. Het panoramische zonneterras geeft u tevens het ultieme vakantiegevoel. In combinatie met de vele zonne-uren van deze Spaanse kust, zit u hier dus wel goed voor een geslaagde vakantie met het hele gezin!

vanaf
EUR 369


Andere Aguadulce aanbiedingen